Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7804.
3.3. Wil een inbreuk op de privacy van een verdachte in het licht van artikel 8 EVRM geoorloofd zijn dan moet die inbreuk bij wet zijn voorzien en noodzakelijk zijn in een democratische samenleving met het oog op één (of meerdere) van de in het tweede lid van dat artikel genoemde belangen. De eis dat de inbreuk bij wet is voorzien houdt in dat de inbreuk moet berusten op een basis in het nationale recht, welke wettelijke basis toegankelijk, bereikbaar is voor de persoon in kwestie, die voorts de consequenties van toepassing ervan moet kunnen voorzien.(2) In de voorwaarde dat de inbreuk "necessary in a democratic society" moet zijn ligt een proportionaliteitseis besloten.(3) Niet alleen moet er een publiek belang zijn dat met de inbreuk is gediend, maar tevens moet een afweging worden gemaakt tussen dat nagestreefde belang en de mate waarin inbreuk wordt gemaakt op iemands persoonlijke levenssfeer door het nastreven van dat belang. Anders - en op dit concrete geval toegespitst - gezegd: stond het gedurende langere tijd observeren van (de woonomgeving van) verzoeker in verhouding tot het daarbij na te streven doel?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01eac2f4a9722053fad8ba5ecebf63b491b5209f847c1bad238753b36cc75470. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01eac2f4a9722053fad8ba5ecebf63b491b5209f847c1bad238753b36cc75470, en de alinea staat in dat document op bytes 8337 tot 9482.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/01eac2f4a9722053fad8ba5ecebf63b491b5209f847c1bad238753b36cc75470 | shasum -a 256