Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7804.

3.10. De onderhavige observaties vonden plaats in het kader van een opsporingsonderzoek tegen verdachte. De steller wijst van het middel erop dat verzoeker verdacht wordt van opzetheling, bedreigd met "maar" vier jaar gevangenisstraf en dat de inzet van het middel van observatie is als "het schieten met een kanon op een mug". Maar een blik op de inleidende dagvaarding leert dat verzoeker primair werd verweten een groot aantal diefstallen, waaronder inbraken in bedrijfspanden, te hebben gepleegd. Het middel mist dus feitelijke grondslag waar het stelt dat de ernst van de feiten niet in verhouding staat tot de gebruikte methode nu die feiten slechts met vier jaar gevangenisstraf zouden zijn bedreigd. Het in de overwegingen van het hof besloten liggende oordeel dat de observaties slechts een beperkte inbreuk betekenden, welke beperkte inbreuk een evenredig middel was ter opheldering van de misdrijven waarvan verzoeker werd verdacht acht ik dus niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01eac2f4a9722053fad8ba5ecebf63b491b5209f847c1bad238753b36cc75470. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01eac2f4a9722053fad8ba5ecebf63b491b5209f847c1bad238753b36cc75470, en de alinea staat in dat document op bytes 13945 tot 14933.