Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7804.
4 In een ander arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat in de overwegingen van het hof, inhoudende "dat niet aannemelijk is geworden dat verdachte in zodanige mate en op zodanige wijze is geobserveerd dat sprake is van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachte" besloten ligt dat het hof de observaties niet zo indringend heeft geacht dat die inbreuk maakten op het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de verdachte; HR 11 april 2000, NJB 2000, 69, p. 989. Er zijn dus observaties denkbaar die niet eens een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01eac2f4a9722053fad8ba5ecebf63b491b5209f847c1bad238753b36cc75470. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01eac2f4a9722053fad8ba5ecebf63b491b5209f847c1bad238753b36cc75470, en de alinea staat in dat document op bytes 21154 tot 21755.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/01eac2f4a9722053fad8ba5ecebf63b491b5209f847c1bad238753b36cc75470 | shasum -a 256