Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2002
Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7805.
7. In de hoofdzaak is ten laste van verzoeker - voorzover in het kader van de ontnemingsprocedure van belang - onder meer bewezenverklaard dat hij in de periode van 21 maart 1996 tot en met 11 mei 1996 tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk hash binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht. Het Hof heeft in het kader van de ontnemingszaak overwogen dat een groot deel van deze hash is verkocht. Daarnaast heeft het Hof bij de berekening van omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel rekening gehouden met een soortgelijk feit in de zin van art. 36e, tweede lid, Sr, namelijk de invoer en verkoop van 335 kilogram hash op of omstreeks 17 december 1995. Voor de overwegingen waarop het Hof zijn oordeel heeft gebaseerd dat aannemelijk is dat de veroordeelde samen met zijn mededaders voornoemde 335 kilo hash in Nederland heeft ingevoerd en verkocht, verwijs ik naar de weergave daarvan in de toelichting op het middel. (1)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f073466fc4f474cccb2bc458bfd9dd9e0b19f1d2abc9a4f115918c445e808baa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f073466fc4f474cccb2bc458bfd9dd9e0b19f1d2abc9a4f115918c445e808baa, en de alinea staat in dat document op bytes 6933 tot 7894.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f073466fc4f474cccb2bc458bfd9dd9e0b19f1d2abc9a4f115918c445e808baa | shasum -a 256