Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2002
Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7805.
9. Als ik het goed begrijp komt het erop neer dat volgens de raadsman de bewijsvoering niet in overeenstemming is met het bepaalde in art. 511f Sv omdat daarin een vermoeden is opgenomen. Die klacht acht ik niet gegrond. Gelezen in samenhang met de overige bewijsmiddelen ten aanzien van transport 2 en 3 komt uit de bewijsvoering naar voren dat [betrokkene 1] een rol speelde bij andere transporten, dat wordt vermoed dat de rol die deze [betrokkene 1] speelt de rol van controller is en dat diezelfde [betrokkene 1] in november 1995 in Nederland was. Aldus verstaan is van een niet wettig bewijsmiddel geen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f073466fc4f474cccb2bc458bfd9dd9e0b19f1d2abc9a4f115918c445e808baa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f073466fc4f474cccb2bc458bfd9dd9e0b19f1d2abc9a4f115918c445e808baa, en de alinea staat in dat document op bytes 8520 tot 9150.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f073466fc4f474cccb2bc458bfd9dd9e0b19f1d2abc9a4f115918c445e808baa | shasum -a 256