Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7857.

Het in artikel 10 van de Grondwet, alsmede in artikel 8 EVRM vervatte recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer vormt één van de essentiële fundamenten van de democratische rechtsstaat, die beschermd moeten worden. Dit recht is geen recht waaraan alle andere rechten ondergeschikt zouden zijn. Het vindt zijn begrenzing in bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, waaronder die in het Wetboek van Strafvordering en de Opiumwet. Dergelijke begrenzingen worden in internationale verdragen -binnen zekere grenzen- gerespecteerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13702bbf804b36fefab437a05fde920f47767407dc17348e9314b2d97e0fd994. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13702bbf804b36fefab437a05fde920f47767407dc17348e9314b2d97e0fd994, en de alinea staat in dat document op bytes 6441 tot 7001.