Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002
Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7857.
6. Met de verwijzing naar de memorie van toelichting bij de op 1 februari 2000 in werking getreden Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden wordt miskend dat deze wet in deze zaak niet van toepassing is (vgl. HR 16 maart 1999, NJ 1999, 686, m.nt. JR). Overigens kan erop worden gewezen dat de aangehaalde passage ziet op observatie met gebruik van een technisch hulpmiddel waarmee zodanig wordt geobserveerd en geregistreerd dat een min of meer volledig beeld ontstaat van de gangen van een persoon. In casu is in het geheel geen sprake van een dergelijk geval. Met name niet dat verzoekster, gelegen op een in werking zijnde zonnebank voor haar brandende open haard een huisdier aan het aanhalen was. Er is immers geen persoon geobserveerd en er is geen sprake van het vastleggen van gegevens.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13702bbf804b36fefab437a05fde920f47767407dc17348e9314b2d97e0fd994. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13702bbf804b36fefab437a05fde920f47767407dc17348e9314b2d97e0fd994, en de alinea staat in dat document op bytes 8697 tot 9501.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/13702bbf804b36fefab437a05fde920f47767407dc17348e9314b2d97e0fd994 | shasum -a 256