Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8044.
10. Deze klacht faalt reeds omdat de rechter in hoger beroep ambtshalve alle door geintimeerde in appèl niet prijsgegeven, in eerste aanleg aan de orde gestelde en destijds niet behandelde of verworpen stellingen en weren in zijn beoordeling dient te betrekken voorzover die stellingen en weren voor de beslissing van de door de grief aan de orde gestelde vraag van belang zijn; daarbij geldt dat niet snel mag worden aangenomen dat sprake is geweest van een - als een processuele afstand van recht te kwalificeren - prijsgeven van stellingen en weren. (Zie H.E. Ras, De grenzen van de rechtsstrijd in hoger beroep in burgerlijke zaken, 2e druk bewerkt door A. Hammerstein, nr. 41 en 76-83 en Snijders-Wendels, Civiel appel, 2e druk 1999, nr. 241 en 244).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b76aacbfd9473e22f98f9108ce71d1c2eadfa81a8979c764fda993e13b3c4699. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b76aacbfd9473e22f98f9108ce71d1c2eadfa81a8979c764fda993e13b3c4699, en de alinea staat in dat document op bytes 15149 tot 15918.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b76aacbfd9473e22f98f9108ce71d1c2eadfa81a8979c764fda993e13b3c4699 | shasum -a 256