Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8044.
De Rechtbank was derhalve gehouden om in het kader van de beoordeling van de grief van [eiseres] dat de Kantonrechter de loonvordering onvoldoende heeft gematigd (een grief waardoor de toewijsbaarheid van de vordering aan de orde werd gesteld), opnieuw in de beoordeling te betrekken de door de Kantonrechter verworpen stelling van [verweerster] dat uit het dictum van het vonnis van de Kantonrechter van 28 oktober 1993 voortvloeit dat de ruimte tot matiging thans niet meer aanwezig is; daaraan doet op zichzelf niet af dat [verweerster] deze stelling in haar memorie van antwoord, tevens incidenteel appèl niet expliciet heeft herhaald. De Rechtbank heeft kennelijk geoordeeld dat van een prijsgeven van bedoelde stellingen door [verweerster] geen sprake is geweest. Tegen dat oordeel dat berust op uitleg van de gedingstukken, is geen motiveringsklacht gericht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b76aacbfd9473e22f98f9108ce71d1c2eadfa81a8979c764fda993e13b3c4699. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b76aacbfd9473e22f98f9108ce71d1c2eadfa81a8979c764fda993e13b3c4699, en de alinea staat in dat document op bytes 15926 tot 16805.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b76aacbfd9473e22f98f9108ce71d1c2eadfa81a8979c764fda993e13b3c4699 | shasum -a 256