Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8044.

13. De hiervoor genoemde uitgangspunten moeten ook gelden in de onderhavige schadestaatprocedure waarin aan de orde is matiging in tijd van een loonvordering op grond van analoge toepassing van art. 7:680 lid 5 BW. Toewijzing van de loonvordering laat de bevoegdheid tot matiging in beginsel ongemoeid. De bijzondere aard van de matiging in tijd die de arbeidsovereenkomst voor de resterende tijd krachteloos maakt (HR 12 mei 1989, NJ 1989, 801 m.nt PAS), neemt niet weg dat de beslissing tot matiging ook in dit verband uitsluitend betrekking heeft op de omvang van de loonvordering en niets afdoet aan het aansprakelijkheidsoordeel. Derhalve is hier beslissend of de rechter in de hoofdprocedure, al dan niet ambtshalve, een uitspraak heeft gedaan over de matiging en daarmee naast de grondslag van de aansprakelijkheid in zoverre ook de omvang van de verplichting tot betaling van loon heeft vastgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b76aacbfd9473e22f98f9108ce71d1c2eadfa81a8979c764fda993e13b3c4699. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b76aacbfd9473e22f98f9108ce71d1c2eadfa81a8979c764fda993e13b3c4699, en de alinea staat in dat document op bytes 20122 tot 21041.