Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2002

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8175.

1.6 De rechtbank heeft in haar vonnis van 17 oktober 1997 de afwezigheid van [B] bij de bezichtiging van het pachtobject en het niet overleggen aan de pachtkamer van de door [eiseres] vervaardigde fotoboeken als beroepsfouten bestempeld (rov. 12). Deze beroepsfouten hadden echter naar het oordeel van de rechtbank voor [eiseres] geen schade veroorzaakt. De rechtbank overwoog daartoe dat het pachthof wèl de beschikking had over de door [eiseres] vervaardigde fotoboeken en dat het pachthof uitgebreid heeft gemotiveerd op welke gronden het van oordeel is dat de bezichtiging correct is verlopen. De fouten kunnen naar het oordeel van de rechtbank geen grond voor ontbinding zijn, omdat [eiseres] nog gedurende drie maanden daarna van diensten van [B] gebruik heeft gemaakt. Wat de overige fouten betreft, heeft de rechtbank het verweer van de maatschap gevolgd.(21) De rechtbank heeft de vordering van de maatschap toegewezen en de vordering van [eiseres] in reconventie afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ee436340b348b3605b44d3bd5a41989c523263653451de966bbfb5d573144c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ee436340b348b3605b44d3bd5a41989c523263653451de966bbfb5d573144c8, en de alinea staat in dat document op bytes 16970 tot 17967.