Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2002

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8175.

1.12 Met betrekking tot het geschilpunt over de brief van notaris Vrieze heeft het hof geoordeeld dat niet vaststaat dat [eiseres] het kort geding van 19 januari 1993 zou hebben gewonnen, als die brief aan de president zou zijn overgelegd. Een veroordeling van de erven [A] tot medewerking aan de overdracht lag volgens het hof hoe dan ook niet voor de hand, nu de president van oordeel was dat partijen (althans ten tijde van die brief) nog verkeerden in het stadium van het inschakelen van deskundigen ter bepaling van de prijs. Voorts heeft het hof het van belang geacht dat [eiseres] welbewust van het instellen van hoger beroep heeft afgezien. De gang van zaken rond het kort geding van 19 januari 1993 levert volgens het hof geen beroepsfout van [B] op (rov. 17-20).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ee436340b348b3605b44d3bd5a41989c523263653451de966bbfb5d573144c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ee436340b348b3605b44d3bd5a41989c523263653451de966bbfb5d573144c8, en de alinea staat in dat document op bytes 20628 tot 21413.