Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2002
Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8175.
2.18 Het derde cassatiemiddel betreft de vraag of [B] een beroepsfout heeft gemaakt door geen bodemprocedure aanhangig te maken nadat de erven [A] na een door [eiseres] gewonnen procedure ter verkrijging van voorlopige voorzieningen, een verklaring als bedoeld in art. 116 lid 5 (oud) Rv hadden afgelegd. [Eiseres] acht het oordeel van het hof in het tussenarrest van 25 november 1998 onvoldoende gemotiveerd, nu het hof niet is ingegaan op de stelling van [eiseres] dat zij daardoor in ieder geval geen aanspraak meer kon maken op de aan de voorziening verbonden kostenveroordeling.(31)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ee436340b348b3605b44d3bd5a41989c523263653451de966bbfb5d573144c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ee436340b348b3605b44d3bd5a41989c523263653451de966bbfb5d573144c8, en de alinea staat in dat document op bytes 51241 tot 51842.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9ee436340b348b3605b44d3bd5a41989c523263653451de966bbfb5d573144c8 | shasum -a 256