Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8183.

2.4. Het vraagstuk hoe art. 7 van de Merkenharmonisatierichtlijn en de bestaande jurisprudentie over het ompakken zich tot elkaar verhouden, kwam aan de orde in de op 11 juli 1996 door het HvJ EG gewezen arresten(5). Hierin werd overwogen dat art. 7 lid 1 van de richtlijn zich ertegen verzet dat een merkhouder, behoudens onder de in art. 7 lid 2 genoemde voorwaarden, met een beroep op zijn merkrecht een importeur verbiedt een product te verhandelen dat door de merkhouder of met diens toestemming in een andere Lid-Staat in het verkeer is gebracht, ook al heeft die importeur het product in een nieuwe verpakking omgepakt en daarop het merk opnieuw aangebracht zonder toestemming van de merkhouder(6). Art. 7 lid 2 van de richtlijn moet aldus worden uitgelegd dat de merkhouder zich kan verzetten tegen de verdere verhandeling van een farmaceutisch product wanneer de importeur het heeft omgepakt en het merk opnieuw heeft aangebracht, tenzij aan de vier in het arrest Hoffmann-La Roche/Centrafarm genoemde voorwaarden is voldaan(7). Het HvJ EG heeft deze vier voorwaarden nader uitgewerkt(8).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30d55d21938a70d43380ab36f1b705c852f8adfc34c51d914cac323d97c6bf7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30d55d21938a70d43380ab36f1b705c852f8adfc34c51d914cac323d97c6bf7c, en de alinea staat in dat document op bytes 14383 tot 15494.