Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002
Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8183.
2.23. De onderdelen 8 tot en met 11 hebben betrekking op rov. 4.9 (de vermelding van Euromedica's beeldmerk op de verpakking). Een objectieve noodzaak tot vermelding van het beeldmerk bestaat niet: het Besluit etikettering en bijsluiter farmaceutische producten schrijft wel voor dat de naam en het adres van Euromedica worden vermeld, maar dwingt niet tot het aanbrengen van het beeldmerk van Euromedica. Onderdeel 8 opent met de klacht dat, nu het merkrecht van Merck c.s. ten aanzien van de litigieuze geneesmiddelen is uitgeput op grond van art. 13.A lid 9 BMW - in het middel is nog sprake van lid 8 van dat artikel(24) -, de handelwijze van Euromedica slechts dán merkinbreuk oplevert wanneer wordt vastgesteld dat sprake is van gegronde redenen van de merkhouder om zich tegen verdere verhandeling te verzetten. Volgens het onderdeel heeft het hof zo'n gegronde reden niet vastgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30d55d21938a70d43380ab36f1b705c852f8adfc34c51d914cac323d97c6bf7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30d55d21938a70d43380ab36f1b705c852f8adfc34c51d914cac323d97c6bf7c, en de alinea staat in dat document op bytes 37542 tot 38449.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/30d55d21938a70d43380ab36f1b705c852f8adfc34c51d914cac323d97c6bf7c | shasum -a 256