Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8183.
2.24. Een wijziging of verslechtering van de toestand van de waren nadat zij in de handel zijn gebracht is niet vereist om te kunnen spreken van gegronde redenen van de merkhouder om zich te verzetten tegen de verdere verhandeling van de waren; zij zijn slechts voorbeelden van een gegronde reden(25). De tekst van art. 13.A lid 9 BMW is ontleend aan art. 7 lid 2 van de richtlijn; voor de BMW-bepaling geldt dus hetzelfde. In zoverre faalt de klacht. Blijkens de toelichting en de samenhang met subonderdeel 7.1, wil Euromedica voorts betogen dat het door het hof geconstateerde feit dat Euromedica niet voldoet aan alle voorwaarden van de "ompakkingsjurisprudentie" niet automatisch betekent dat Merck & Co. gegronde redenen heeft om zich te verzetten tegen het gebruik van het merk RENITEC door Euromedica voor waren, die door toedoen van de merkhouder (in casu door een licentiehouder van Merck & Co.) in de E.G. in het verkeer zijn gebracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30d55d21938a70d43380ab36f1b705c852f8adfc34c51d914cac323d97c6bf7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30d55d21938a70d43380ab36f1b705c852f8adfc34c51d914cac323d97c6bf7c, en de alinea staat in dat document op bytes 38469 tot 39437.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/30d55d21938a70d43380ab36f1b705c852f8adfc34c51d914cac323d97c6bf7c | shasum -a 256