Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002

Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8183.

2.34. Onderdeel 12 is gericht tegen rov. 4.10 en heeft betrekking op de derde overtreding van het bevel, die het hof heeft geconstateerd (de bijsluiter). De klacht is inhoudelijk een herhaling van onderdeel 10 en faalt op dezelfde gronden. Onderdeel 13 is ten opzichte van de voorgaande klachten subsidiair voorgesteld. Het onderdeel gaat uitdrukkelijk uit van de veronderstelling dat het hof de beslissing niet zou hebben gebaseerd op merkinbreuk, maar op onrechtmatig handelen van Euromedica, zonder inzichtelijk te maken waarom. Deze klacht faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag. Het hof stond, zoals gezegd, voor de vraag of Euromedica het haar in het eerste kort geding gegeven bevel heeft overtreden. Vanwege zijn uitleg van dat rechterlijk bevel heeft het hof onderzocht of het handelen van Euromedica een (door de president verboden vorm van) merkinbreuk oplevert. Het oordeel in dit executiegeschil is niet gebaseerd op onrechtmatig handelen van Euromedica.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30d55d21938a70d43380ab36f1b705c852f8adfc34c51d914cac323d97c6bf7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30d55d21938a70d43380ab36f1b705c852f8adfc34c51d914cac323d97c6bf7c, en de alinea staat in dat document op bytes 48647 tot 49631.