Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002
Alinea 94 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8183.
14 De regel werd herhaald in HR 18 februari 1966, NJ 1966, 208 en geldt inmiddels als vaste rechtspraak; zie ook HR 14 oktober 1988, NJ 1989, 36 en de daaraan voorafgaande conclusie van de A-G Asser met verdere verwijzingen. Zie ook: H. Oudelaar, Civielrechtelijke executiegeschillen, diss. 1992, hoofdstuk IV.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30d55d21938a70d43380ab36f1b705c852f8adfc34c51d914cac323d97c6bf7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30d55d21938a70d43380ab36f1b705c852f8adfc34c51d914cac323d97c6bf7c, en de alinea staat in dat document op bytes 52721 tot 53044.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/30d55d21938a70d43380ab36f1b705c852f8adfc34c51d914cac323d97c6bf7c | shasum -a 256