Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2002

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8188.

10) Wat betreft de vastgestelde feiten is er een aanzienlijke mate van gelijkenis tussen de thans te beoordelen zaak en de destijds door de Hoge Raad beoordeelde; en hetzelfde geldt voor de door het hof in beide zaken toegepaste beoordelingsmaatstaf. Ook in de onderhavige zaak heeft het hof (in rov. 12) aangenomen dat het gedrag van de chauffeur, bestaand in het onbeheerd en zonder deugdelijke beveiliging tegen diefstal laten overstaan van de vrachtwagen met container op een niet afgesloten en niet bewaakte parkeerplaats in zijn woonplaats, als roekeloos moet worden aangemerkt, en dat de chauffeur moet hebben geweten althans heeft behoren te begrijpen dat de kans op diefstal zeer aanzienlijk en mitsdien te verwachten was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60764fffd9419997b47acf0fd822174a4340a46a96146c140a6bbe05e5dcf4cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60764fffd9419997b47acf0fd822174a4340a46a96146c140a6bbe05e5dcf4cf, en de alinea staat in dat document op bytes 13448 tot 14193.