Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2002
Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8191.
2.1 In de laatste alinea van punt 5.2 van het verzoekschrift tot cassatie wordt (kort samengevat) betoogd, dat in de huidige tijd van toenemende gelijkschakeling van allerlei woon- en leefvormen in een situatie als de onderhavige de eis van bloedverwantschap niet meer zou moeten worden gesteld voor de ontvankelijkheid. Deze opmerking brengt mij ertoe nog eens na te gaan, hoe tot dusver de jurisprudentie met betrekking tot de ontvankelijkheid van grootouders zich heeft ontwikkeld. Ik ga er daarbij van uit, dat tussen de grootouders en het kleinkind verwantschap in juridische zin bestaat. Ik breng deze beperking aan, omdat het mij niet uitgesloten lijkt, dat er nog verschil moet worden gemaakt tussen juridische en - uitsluitend - biologische grootouders (evenals dat het geval is tussen juridische en - uitsluitend - biologische vaders). Wat mij in het bijzonder tot deze beschouwing heeft aangezet is de uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) van 27 april 2000 (L/Finland), waarover nader punt 2.10 hierna.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7dd7d44f24cd7d2a80ef4ae9aecdab01ac27607fcd7cf0124f30bc2a3a78bb36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7dd7d44f24cd7d2a80ef4ae9aecdab01ac27607fcd7cf0124f30bc2a3a78bb36, en de alinea staat in dat document op bytes 7837 tot 8892.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7dd7d44f24cd7d2a80ef4ae9aecdab01ac27607fcd7cf0124f30bc2a3a78bb36 | shasum -a 256