Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2002
Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8191.
2.11 Naar het mij voorkomt heeft het EHRM in de hiervoor geciteerde uitspraak voor het eerst expliciet geoordeeld dat grootouders zonder meer een door art. 8 EVRM beschermd recht op family life hebben. Dat uitgangspunt is op zich niet onverenigbaar met eerdere uitspraken omdat in al die uitspraken het bestaan van een effectief gezinsleven (real family life) niet betwist was en dus ook als argument ten overvloede kon gelden. Steun voor de opvatting dat grootouders geen bijkomende omstandigheden hoeven te stellen om het bestaan van family life met hun kleinkinderen aan te tonen, kan ook worden ontleend aan EHRM 28 mei 1985 (Abdulaziz, Cabales en Balkandali / Verenigd Koninkrijk), NJ 1988, 187, m. nt. EAA). In die uitspraak heeft het Europese Hof immers geoordeeld dat ook het verlangen family life tot stand te brengen, bescherming verdient. De Hoge Raad heeft deze uitspraak gevolgd in zijn beschikking van 19 november 1993, NJ 1994,330, m.nt. WH-S, zij het met de toevoeging, dat de vraag in hoeverre bovendien feitelijke omstandigheden moeten komen vast te staan wil een grootouder zich op deze bescherming kunnen beroepen, van geval tot geval wordt bepaald door de context waarin dat beroep wordt gedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7dd7d44f24cd7d2a80ef4ae9aecdab01ac27607fcd7cf0124f30bc2a3a78bb36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7dd7d44f24cd7d2a80ef4ae9aecdab01ac27607fcd7cf0124f30bc2a3a78bb36, en de alinea staat in dat document op bytes 21577 tot 22806.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7dd7d44f24cd7d2a80ef4ae9aecdab01ac27607fcd7cf0124f30bc2a3a78bb36 | shasum -a 256