Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2002

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8191.

2.13 Voor het omgangsrecht van zowel (uitsluitend) biologische grootouders als sociale grootouders zal naar het mij voorkomt gelden, dat zij feiten en omstandigheden moeten stellen op grond waarvan een nauwe persoonlijke betrekking in de zin van art. 1: 377f kan worden aangenomen, met dien verstande dat de biologische grootouders daarbij een voorsprong hebben omdat het biologisch grootouderschap op zichzelf één van die feiten of omstandigheden vormt. Daarbij geldt dat de biologische verwantschap in het algemeen, ook door de wetgever, als belangrijk gegeven wordt beschouwd, bij gebreke waarvan aan de stelplicht voor wat betreft family life strenge eisen moeten worden gesteld. Ik verwijs in dit verband naar HR 23 juni 1995, NJ 1996,17 en met name ook naar punt 5 van de noot van J. de Boer onder die beschikking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7dd7d44f24cd7d2a80ef4ae9aecdab01ac27607fcd7cf0124f30bc2a3a78bb36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7dd7d44f24cd7d2a80ef4ae9aecdab01ac27607fcd7cf0124f30bc2a3a78bb36, en de alinea staat in dat document op bytes 23876 tot 24712.