Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2002
Alinea 228 Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8499.
De conclusie die aan het voorgaande kan worden verbonden is, dat aan gemeenten zeker enige beleidsvrijheid is vergund bij het bepalen van de heffingsmaatstaven, maar dat deze vrijheid, ondanks het in de Gemeentewet opgenomen uitgangspunt dat gemeentelijke belastingen kunnen worden geheven naar in de belastingverordening te bepalen heffingsmaatstaven, en ondanks de in de memorie van toelichting bij de Wet materiële belasting-bepalingen Gemeentewet gegeven voorbeelden van differentiatiemogelijk-heden, niet onbeperkt is. Gemeenten dienen bij het kiezen van de heffingsmaatstaven niet alleen rekening te houden met expliciete wettelijke voorschriften ter zake, maar ook met het karakter van de desbetreffende heffingen en met de algemene rechtsbeginselen. Heffingsmaatstaven en tariefstellingen die leiden tot discriminatie zullen, ondanks de in de memorie van toelichting bij wetvoorstel 21 591 gemaakte opmerkingen over het vervallen van het belang voor de (gebruiks-)rechten van de jurisprudentie inzake het adagium dat de heffing zich moet richten naar het gebruik en ondanks de gegeven voorbeelden, de rechterlijke toetsing niet ongeschonden kunnen doorstaan
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b586cc15e907984e5aa4a4bb72f7cd98ba8c8bba929c62a6e674a58d4fd24036. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b586cc15e907984e5aa4a4bb72f7cd98ba8c8bba929c62a6e674a58d4fd24036, en de alinea staat in dat document op bytes 78071 tot 79251.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b586cc15e907984e5aa4a4bb72f7cd98ba8c8bba929c62a6e674a58d4fd24036 | shasum -a 256