Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2002

Alinea 239 Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8499.

32. Uit hetgeen vervolgens en overigens in de witte stukken is opgemerkt, meen ik te mogen afleiden dat voortaan een zeker instrumenteel gebruik van de retributieheffing is toegestaan, zij het dat zulks niet mag ontaarden in het voeren van een gemeentelijke inkomenspolitiek. Het mogen afremmen van ongewenst gedrag en het kunnen stimuleren van gewenste gedragingen met behulp van het retributie-instrument, dat is wat de wetgever - zo lijkt het - voor ogen heeft gestaan. Aldus bezien is ook begrijpelijk waarom de wetgever als begrenzing van deze gemeentelijke vrijheid het evenredigheidsbeginsel ten tonele voert, althans indien dat beginsel moet worden opgevat in de zin van art. 3:4, lid 2, Awb, wat ik zou willen bepleiten.(34) De voor één of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen dus niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Dat lijkt mij een zinvolle beperking van een al te uitbundig instrumenteel gebruik van een retributieheffing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b586cc15e907984e5aa4a4bb72f7cd98ba8c8bba929c62a6e674a58d4fd24036. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b586cc15e907984e5aa4a4bb72f7cd98ba8c8bba929c62a6e674a58d4fd24036, en de alinea staat in dat document op bytes 82459 tot 83475.