Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8510.

1.8. Op het beroep van de belanghebbende heeft het Hof geoordeeld dat het achterwege laten van inhouding van dividendbelasting op de dividenduitkering van de belanghebbende aan C N.V. geen miskenning van doel en strekking van art. 4, tweede lid, Wet Divb. inhoudt, omdat, zo er al sprake is van een volstrekt overwegende bedoeling van belastingverijdeling (het Hof heeft die vraag niet onderzocht maar veronderstellenderwijs bevestigend beantwoord), de belastingheffing niet verijdeld wordt door de dividenduitkering, maar door de verkoop van de aandelen in de belanghebbende aan C N.V., bij welke verkoop de heffing zou moeten aangrijpen. Het Hof heeft op die gronden beide naheffingsaanslagen vernietigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a718fde04b38d56be01767adda3684f60459a070b56885297043d364dc16c549. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a718fde04b38d56be01767adda3684f60459a070b56885297043d364dc16c549, en de alinea staat in dat document op bytes 6846 tot 7566.