Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002
Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8510.
3.1. Het gaat in casu, gezien de vastgestelde feiten, om een min of meer aangeklede holdingconstructie, al is het Hof op de feitelijke vraag naar het verijdelingsmotief niet zodanig onderzocht dat in cassatie van een volstrekt overwegende verijdelingsbedoeling kan worden uitgaan en al is de motiefvraag in casu niet zo makkelijk te beantwoorden, nu een vennootschap ter zake van de dividendbelasting niet zoveel eigen motief heeft omdat deze belasting als gevolg van inhouding op het dividend ten laste van de aandeelhouders komt. Wat daar van zij, B ontvangt winstreserves van de belanghebbende in de vorm van een koopsom voor zijn aandelen in de belanghebbende, zonder enige wijziging in zijn belang (anders dan van rechtstreeks naar onrechtstreeks) in de belanghebbende en tot nu toe zonder een erg in het oog springend niet-fiscaal motief, al voert B daartoe wel het een en ander aan dat zonodig nog onderzocht moet worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a718fde04b38d56be01767adda3684f60459a070b56885297043d364dc16c549. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a718fde04b38d56be01767adda3684f60459a070b56885297043d364dc16c549, en de alinea staat in dat document op bytes 8672 tot 9615.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a718fde04b38d56be01767adda3684f60459a070b56885297043d364dc16c549 | shasum -a 256