Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8510.

4.2. Deze eliminatie van de rechtshandeling "aandelenverkoop" leidt tot subjectieve substitutie: niet de overnemende vennootschap, maar de verkopende aandeelhouders worden fiscaalrechtelijk geacht de dividenduitkeringen van de overgenomen vennootschap te ontvangen, hoezeer ook in (civielrechtelijke) werkelijkheid de overnemende vennootschap daarvan de genietster is. Indien deze subjectieve vervanging voor de inkomstenbelasting doorwerkt naar de dividendbelasting, kan art. 4, lid 2, Wet Divb. (inhoudingsvrijstelling in deelnemingsverhoudingen) niet toegepast worden omdat de aandeelhouder geen vennootschap geacht wordt te zijn. De verhangen vennootschap zal dus op haar dividenduitdelingen aan haar overnemer steeds dividendbelasting moeten inhouden, totdat het totale bedrag van die uitdelingen het bedrag van de koopsom voor haar aandelen (minus het daarop gestorte kapitaal) evenaart.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a718fde04b38d56be01767adda3684f60459a070b56885297043d364dc16c549. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a718fde04b38d56be01767adda3684f60459a070b56885297043d364dc16c549, en de alinea staat in dat document op bytes 19046 tot 19953.