Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8510.
4.5. Dat uw fraus-legistechniek bij kasgeld- en holdingconstructies die van objectieve substitutie is, is bij kasgeldconstructies te meer duidelijk, omdat eliminatie van de aandelenverkoop (zoals de fiscus in ons geval thans voorstaat) in een kasgeldconstructie ertoe zou leiden dat er niets te belasten zou zijn. Zonder verkoop immers geen koopsom. U vergelijke uw semigrant-arrest HR 11 juni 1986, BNB 1986/283, met conclusie Van Soest en noot Van Dijck, waarin u richtige heffing afwees omdat eliminatie tot niets zou leiden en de fiscus de aanwijzing gaf substitutie toe te poassen met behulp van fraus legis. Bij de kasgeldconstructie kan de leeghaling (uitdeling) van de kasgeld-BV door de bank ná de aandelentransactie niet aangemerkt worden als dividenduitdeling aan de oorspronkelijke aandeelhouders. Uit het in 4.4 genoemde arrest BNB 1993/342 blijkt dat de afsplitsingsuitdeling evenmin belast kan worden. In de kasgeldconstructie is de verkoop aan de bank dus het eerste en het laatste moment waarop de fiscus kan aangrijpen. Dit betekent in elk geval dat indien u thans met de stellingen van de Staatssecretaris meegaat, de kasgeldconstructie en de holdingconstructie voor de toepassing van fraus legis uit elkaar gespeeld worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a718fde04b38d56be01767adda3684f60459a070b56885297043d364dc16c549. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a718fde04b38d56be01767adda3684f60459a070b56885297043d364dc16c549, en de alinea staat in dat document op bytes 21931 tot 23189.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a718fde04b38d56be01767adda3684f60459a070b56885297043d364dc16c549 | shasum -a 256