Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8510.

4.7. Weliswaar heeft u wel eens een dividenduitdeling aan een tussenholding fiscaal behandeld alsof het om een uitdeling rechtstreeks aan de achterliggende aandeelhouder ging (HR 28 juni 1989, BNB 1990/45, met conclusie Van Soest en noot Hoogendoorn), maar dat was een nogal bijzonder geval (tussenschuiving in een concernstructuur van een Antilliaanse vennootschap tussen de Nederlandse uitdeler en haar Canadese moedervennootschap op een moment waarop het dividend al gedeclareerd was, maar nog niet betaald) en was mijns inziens geen toepassing van fraus legis, maar rechtstreekse fiscale kwalificatie van de Canadese moedervennootschap als werkelijke beneficial owner van het dividend. In onze zaak gaat het niet om de uiteindelijke gerechtigdheid tot het in het verband van onze zaak tamelijk willekeurige bedrag van de uitdeling, maar om het door de aandeelhouder genoten bedrag van de koopsom (minus gestort kapitaal), dus om de gehele winstreserve van de verhangen vennootschap, niet slechts om het uitgedeelde deel daarvan. De kopende vennootschap (C N.V.) is ook, anders dan de tussengeschoven vennootschap in BNB 1990/45, niet slechts een volkomen voorbijgaande gelegenheidsharlekijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a718fde04b38d56be01767adda3684f60459a070b56885297043d364dc16c549. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a718fde04b38d56be01767adda3684f60459a070b56885297043d364dc16c549, en de alinea staat in dat document op bytes 24642 tot 25850.