Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002
Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8510.
5.3. Eliminatie van de verkoop komt mijns inziens, zoals betoogd, neer op subjectieve substitutie: de belanghebbende betaalt geen dividend uit aan C N.V., maar aan B. In werkelijkheid wordt echter C N.V. betaald en heeft C N.V. een koopsom aan B betaald. Uit niets blijkt van een gemeenschappelijke bedoeling van de verdragsluitende Staten om in de omstandigheden van onze casus een dividend dat betaald wordt door de ene vennootschap/inwoner van Nederland aan de andere vennootschap/inwoner van Nederland aan te merken als een dividend dat betaald wordt door een vennootschap/inwoner van Nederland aan een natuurlijke persoon/inwoner van België, te meer niet nu uit art. 13 van het Verdrag blijkt dat de verdragsluiters in een geval als het onderhavige aan België het heffingsrecht ter zake van de koopsom hebben toegewezen en uit niets blijkt van een gemeenschappelijke bedoeling om die koopsom te negeren (neerkomende op ontneming aan België van het heffingsrecht over de vermogenswinst).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a718fde04b38d56be01767adda3684f60459a070b56885297043d364dc16c549. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a718fde04b38d56be01767adda3684f60459a070b56885297043d364dc16c549, en de alinea staat in dat document op bytes 32333 tot 33341.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a718fde04b38d56be01767adda3684f60459a070b56885297043d364dc16c549 | shasum -a 256