Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8510.

5.5. Ik meen echter dat het Verdrag wél in deze situatie voorziet. Nederland heft dividendbelasting ten laste van B, die een inwoner van België is. Belastingplichtig voor de dividendbelasting is immers de gerechtigde tot de opbrengst van aandelen (art. 1 Wet Divb.). Volgens Nederland heeft B een inkomensbestanddeel genoten door de uitdelingen van de belanghebbende aan C N.V. Dat inkomensbestanddeel valt voor de toepassing van het Verdrag echter niet onder art. 10 (omdat slechts door voor de Verdragstoepassing niet ter zake doende nationale eigenaardigheden zoals fraus legis sprake is van een betaling van een vennootschap in de ene Staat aan een natuurlijke persoon in de andere Staat, terwijl daarvan in de (Verdrags)werkelijkheid geen sprake is); het valt ook niet onder art. 13 (omdat Nederland als inkomensbestanddeel de dividendbetaling door de belanghebbende en niet de koopsom aanwijst); geconcludeerd moet dan worden dat het gaat om een niet als zodanig door het Verdrag geregeld bestanddeel van het inkomen van een inwoner van een van de Staten. Daarop ziet art. 22 (overig inkomen). Art. 22 wijst de heffingsbevoegdheid ter zake van dergelijke ongeregelde inkomensbestanddelen exclusief toe aan de woonstaat van de genieter, in casu België.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a718fde04b38d56be01767adda3684f60459a070b56885297043d364dc16c549. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a718fde04b38d56be01767adda3684f60459a070b56885297043d364dc16c549, en de alinea staat in dat document op bytes 34030 tot 35304.