Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2002

Alinea 191 Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8550.

7.1.3. Belanghebbende voert in cassatie niet aan dat zij met de benzinepomp geen gebruik zou hebben gemaakt van de openbare weg overeenkomstig de bestemming daarvan. Gezien HR 15 maart 1939, NJ 1939, 265 (Haarlem; Precariorecht 1937) zou zo'n stelling ook weinig kansrijk zijn geweest. Zij voert evenmin aan dat deze gebruiksretributie zich niet richt naar het gebruik dat van de gemeentegrond wordt gemaakt. Dat is begrijpelijk, aangezien het voor de hand ligt dat de exploitant van een benzinestation die gemeentegrond meer gebruikt naar mate hij meer benzine omzet. Deze heffing richt zich zodoende naar het gebruik dat van de gemeentebezittingen, werken of inrichtingen wordt gemaakt. Ook overigens is derhalve geen sprake van strijd met de aard van de in art. 227 Gemeentewet (tekst 1994) geregelde heffingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/506a77ffdd99add6ac7d7bf4ff0a2c70c84525a99182724055e43231b1878027. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 506a77ffdd99add6ac7d7bf4ff0a2c70c84525a99182724055e43231b1878027, en de alinea staat in dat document op bytes 50683 tot 51510.