Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Alinea 115 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8553.

39 Zie in soortgelijke zin J. Hoogendoorn, a.w., blz. 27: " (...) dat "art. 9" niet vóór "art. 7" gaat; "art. 7" heeft het primaat. De jaarwinstbepaling zal plaatsvinden volgens goed koopmansgebruik met inachtneming van de regels van "art. 7". Het is de "taak" van het goede koopmansgebruik om het "program" van de totale winst te realiseren (via bepaling van de jaarwinsten)." Zie voorts J. Verburg, a.w., blz. 133: "Vaststaat evenwel dat het in art. 9 als jaarwinstbepalend aangewezen begrip goed koopmansgebruik functioneert uitsluitend binnen de grenzen van het totale winstbegrip van art. 7 Wet IB 1964. Dit geldt voor de inkomstenbelasting, maar evenzeer voor de vennootschapsbelasting. Anders gezegd: de maatstaf, die de ondernemer behoeft om het winstbegrip van art. 7 te kunnen aanwenden voor zijn jaarlijkse fiscale winstberekening, is goed koopmansgebruik. Men kan dan ook eigenlijk beter niet spreken van een fiscaal jaarwinstbegrip naast het winstbegrip van art. 7."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac2fb587956582816a7df056c0d37f6c46120e3dea34d9f0704db7d70b1427aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac2fb587956582816a7df056c0d37f6c46120e3dea34d9f0704db7d70b1427aa, en de alinea staat in dat document op bytes 42894 tot 43888.