Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8553.

2.6 Omdat een objectieve vrijstelling steeds (een deel van) de totaalwinst betreft, dient de (wijze van becijfering van de) omvang van de totaalwinst te worden vastgesteld voor een wetssystematisch juist zicht op de reikwijdte van een dergelijke vrijstelling. Het vervreemdingsvoordeel bij deelnemingen dient derhalve vanuit totaalwinstoptiek te worden gedefinieerd, alvorens een oordeel kan worden gevormd over de vraag of bepaalde posten (zoals de aankoopkosten van een deelneming) al dan niet onder de deelnemingsvrijstelling behoren te vallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac2fb587956582816a7df056c0d37f6c46120e3dea34d9f0704db7d70b1427aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac2fb587956582816a7df056c0d37f6c46120e3dea34d9f0704db7d70b1427aa, en de alinea staat in dat document op bytes 10248 tot 10808.