Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8553.

2.9 De deelnemingsvrijstelling is gedeeltelijk als brutovrijstelling vormgegeven. Het eerste lid van art. 13 Wet Vpb. 1969 bepaalt immers dat bij het bepalen van de winst buiten aanmerking blijven voordelen uit hoofde van een deelneming, alsmede kosten welke verband houden met een deelneming, tenzij blijkt dat deze kosten middellijk dienstbaar zijn aan het behalen van in Nederland belastbare winst. De deelnemingsvrijstelling werkt dus in ieder geval in binnenlandse verhoudingen als brutovrijstelling. Dit betekent dat de voordelen uit hoofde van de deelneming, zoals dividenden en vervreemdingsresultaten, in de vrijgestelde sfeer vallen, terwijl de met de deelneming verband houdende kosten van het lichaam dat de deelneming bezit in de belaste sfeer thuishoren.(13) De wetgever achtte het wenselijk dat "(...) wordt voorkomen dat deze kosten noch bij de moedermaatschappij, noch bij de dochtermaatschappij ten laste van de winst kunnen worden gebracht."(14) Daarbij had hij het oog op financieringskosten en beheerskosten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac2fb587956582816a7df056c0d37f6c46120e3dea34d9f0704db7d70b1427aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac2fb587956582816a7df056c0d37f6c46120e3dea34d9f0704db7d70b1427aa, en de alinea staat in dat document op bytes 13719 tot 14762.