Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2002

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8646.

Kennelijk heeft het hof de eis van gelijktijdigheid van de gedragingen als belangrijkste (en enige) criterium gebezigd voor de beoordeling of de bepalingen van art. 2 lid 1 sub C (aanwezig hebben) en 2 lid 1 sub D (vervaardigen) van de Opiumwet hetzelfde feit als bedoeld in art. 313 lid 2 Sv jo 68 Sr opleveren. Daarbij heeft het hof gelet op de motivering van de afwijzing klaarblijkelijk geredeneerd dat het chronologische verschil tussen beide gedragingen bepalend is: het vervaardigen van een produkt gaat steeds vooraf aan het aanwezig hebben van dat produkt. Beide activiteiten kunnen in de visie van het hof dus niet samenvallen en zijn derhalve niet te beschouwen als hetzelfde feit als bedoeld in art. 68 Sv. Dit oordeel impliceert dat bij de gedragingen "vervaardigen" en "aanwezig hebben" eendaadse samenloop als bedoeld in art. 55 lid 1 Sr steeds is uitgesloten(4) en dat deze gedragingen dus meerdaadse samenloop (art. 57 Sv) opleveren(5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3f8df0fe47d75303e3955600cfb12f117c54fc910bc889a2704ef5a02fe3ae74. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3f8df0fe47d75303e3955600cfb12f117c54fc910bc889a2704ef5a02fe3ae74, en de alinea staat in dat document op bytes 12202 tot 13169.