Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 april 2002

Alinea 15 Parket bij de Hoge Raad 2 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8693.

3.3. 's Hofs oordeel dat aldus de redelijke termijn niet is geschonden getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk.(2) Het middel wijst op het tijdsverloop tussen de datum waarop het feit is begaan en de datum waarop het arrest van het hof is gewezen, maar miskent daarmee dat in de aldus verlopen periode wel vier verschillende rechterlijke colleges zich over zijn zaak hebben gebogen, terwijl bovendien aan de datum waarop het feit is begaan door het hof geen belang is gehecht, nu die datum in het onderhavige geval niet heeft te gelden als het beginpunt van de redelijke termijn.(3) Dát oordeel van het hof wordt door verzoeker in cassatie niet betwist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdfbe65d522877174f006f3deec719d4bb4c4dbd010d6df79838d501da9327a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdfbe65d522877174f006f3deec719d4bb4c4dbd010d6df79838d501da9327a3, en de alinea staat in dat document op bytes 8339 tot 9041.