Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 april 2002

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 2 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8693.

Het ten onrechte niet vervolgen van derden wier gedragingen evenzeer als die van verdachte het voorwerp van strafvervolging dienen te zijn, leidt niet zonder meer tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging van de wel vervolgde verdachte.(4) Dat is pas anders indien het openbaar ministerie in een dergelijke strafzaak heeft gehandeld in strijd met wet, verdrag of algemene beginselen van behoorlijk bestuur.(5) Die situatie doet zich hier volgens het hof niet voor. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk in aanmerking genomen dat de gelijkheid van verschillende gevallen niet slechts wordt bepaald door de aard van de betreffende publicatie, maar ook bijvoorbeeld door de context ervan en de persoon van de verdachte. In verband met het laatste heeft het OM mee kunnen laten wegen dat verdachte reeds eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdfbe65d522877174f006f3deec719d4bb4c4dbd010d6df79838d501da9327a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdfbe65d522877174f006f3deec719d4bb4c4dbd010d6df79838d501da9327a3, en de alinea staat in dat document op bytes 10488 tot 11375.