Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 april 2002
Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 2 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8693.
3.4. De in het middel gewraakte verklaring zoals hiervoor onder 3.1 weergegeven kan medewerken tot het bewijs dat bij de verdachte, nu hij op het moment dat hij in dat partycentrum arriveerde enkele journalisten herkende, in ieder geval vanaf dat moment tenminste het voorwaardelijk opzet aanwezig was, in die zin dat hij nadien bij het toespreken van die vergadering - ook al zou deze op zichzelf niet voor een ieder toegankelijk zijn - zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat uitlatingen van hem zouden worden gepubliceerd en ter kennis van het publiek zouden komen, hetgeen naar het Hof heeft vastgesteld ook is gebeurd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdfbe65d522877174f006f3deec719d4bb4c4dbd010d6df79838d501da9327a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdfbe65d522877174f006f3deec719d4bb4c4dbd010d6df79838d501da9327a3, en de alinea staat in dat document op bytes 13304 tot 13972.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bdfbe65d522877174f006f3deec719d4bb4c4dbd010d6df79838d501da9327a3 | shasum -a 256