Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 april 2002
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 2 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8693.
Als iemand een tekst overhandigt aan een journalist moet men er zeker rekening mee houden dat die tekst het publiek bereikt. Als dat dan ook geschiedt lijdt het geen twijfel dat de tekst dan in de openbaarheid is gekomen. Als de tekst aanzet tot discriminatie of haat zal ook het opzet van de overhandiger wel vaststaan. In zo een geval zal degeen die de tekst aan de journalist heeft overhandigd geacht kunnen worden in het openbaar te hebben aangezet tot haat etc. De journalist is enkel het medium waarvan men gebruik maakt om het publiek te bereiken. Maar als men een beledigende tekst aan een journalist overhandigt die vervolgens weigert ook maar enige ruchtbaarheid daaraan te geven zal toch het enkele feit dat de ontvanger een journalist was niet kunnen bewerkstelligen dat in het openbaar is aangezet tot haat of discriminatie. Hoogstens zou er sprake kunnen zijn van een strafbare poging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdfbe65d522877174f006f3deec719d4bb4c4dbd010d6df79838d501da9327a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdfbe65d522877174f006f3deec719d4bb4c4dbd010d6df79838d501da9327a3, en de alinea staat in dat document op bytes 15121 tot 16033.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bdfbe65d522877174f006f3deec719d4bb4c4dbd010d6df79838d501da9327a3 | shasum -a 256