Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8700.

3.4. Over de tweede klacht kan ik kort zijn. De Hoge Raad heeft reeds diverse malen uitgemaakt dat een beslissing op grond van art. 297 lid 3 Sv om een getuige buiten tegenwoordigheid van de verdachte te horen geen motivering of nadere redengeving behoeft. Eveneens heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het geoorloofd is om de verdachte niet de gelegenheid te geven om de door hem gewenste vragen zelf aan de getuige te stellen, doch deze in zijn afwezigheid te doen stellen door een raadsman. Dit levert geen strijd op met art. 6 lid 3 sub d EVRM(1). Nu verzoeker tijdens de behandeling in hoger beroep werd bijgestaan door een raadsman en deze raadsman bij het verhoor van getuige [getuige 1] achter gesloten deuren aanwezig is geweest en vragen aan de getuige heeft kunnen stellen, was het hof niet gehouden tot een nadere motivering van zijn beslissing de getuige [getuige 1] buiten aanwezigheid van verzoeker te horen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb113fd8a311c431bedd154bbc713faab05e7b6c88f3b506ce3e0772e6c6227c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb113fd8a311c431bedd154bbc713faab05e7b6c88f3b506ce3e0772e6c6227c, en de alinea staat in dat document op bytes 10232 tot 11166.