Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8700.

Door te overwegen dat "de openbaarheid, gelet op het feit dat [getuige 1] mogelijk een bedreigde getuige is, het belang van een goede rechtspleging ernstig zou schaden" heeft het hof kennelijk als zijn oordeel tot uitdrukking willen brengen dat het belang van de rechtspleging in het geding is omdat getuige [getuige 1] door het afleggen van een verklaring in het openbaar zich mogelijk blootstelt aan represailles van de kant van verzoeker (en wellicht het publiek)(3). Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting van de in art. 269 lid 1 Sv neergelegde maatstaf. Een bevel tot sluiting van de deuren is aanvaardbaar, indien de vrees van de getuige voor represailles hem ervan weerhoudt een verklaring af te leggen(4). 's Hofs kennelijke oordeel dat zich in casu een dergelijke vrees voor represailles voordeed en dat die vrees getuige [getuige 1] ervan weerhield om een (waarheidsgetrouwe) verklaring af te leggen is niet onbegrijpelijk gelet op hetgeen omtrent het optreden van getuige [getuige 1] en diens afgelegde verklaring uit de stukken blijkt. Zo volgt uit het proces-verbaal ter terechtzitting dat de getuige [getuige 1] aldaar vóór het sluiten van de deuren steeds slechts verklaarde dat hij niets meer wist. Voorts volgt uit het proces-verbaal van de zitting dat de advocaat-generaal zojuist van een verbalisant te horen heeft gekregen dat de getuige [getuige 1] zou worden bedreigd. In deze aanwijzingen heeft het hof kennelijk aanleiding gezien te menen dat de getuige mogelijk - al dan niet indirect - bedreigd werd door verzoeker. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk. Het standpunt van de steller van het middel dat duidelijk was dat verdachte geen bedreigde getuige was, deel ik dan ook niet. De getuige [getuige 1] was weliswaar geen bedreigde getuige in de zin van art. 226a e.v. Sv, omdat daar de bedreigde getuige primair gekenmerkt wordt door het feit dat de identiteit van de getuige verborgen blijft(5), maar in de ogen van het hof was hij kennelijk wel een door of namens verzoeker bedreigde getuige die door de aanwezigheid van verzoeker zich gehinderd zou kunnen voelen om vrij te verklaren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb113fd8a311c431bedd154bbc713faab05e7b6c88f3b506ce3e0772e6c6227c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb113fd8a311c431bedd154bbc713faab05e7b6c88f3b506ce3e0772e6c6227c, en de alinea staat in dat document op bytes 12824 tot 14976.