Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8700.
Evenmin kan ik mij vinden in het standpunt dat het hof in ieder geval direct na aanvang van het verhoor achter gesloten deuren had moeten inzien dat er geen sprake was van een bedreiging, maar van een grap. Gelet op de verklaring zoals de getuige [getuige 1] die heeft afgelegd (zie onder 3.2.) en de plotselinge - positieve - verandering in diens proceshouding na de sluiting van de deuren is de geuite bedreiging kennelijk in ieder geval door de getuige zelf als uiterst serieus ervaren en weerhield deze bedreiging hem ervan om in het openbaar en in het bijzijn van verzoeker een waarheidsgetrouwe verklaring af te leggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb113fd8a311c431bedd154bbc713faab05e7b6c88f3b506ce3e0772e6c6227c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb113fd8a311c431bedd154bbc713faab05e7b6c88f3b506ce3e0772e6c6227c, en de alinea staat in dat document op bytes 14984 tot 15623.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fb113fd8a311c431bedd154bbc713faab05e7b6c88f3b506ce3e0772e6c6227c | shasum -a 256