Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2002

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8737.

(...)Het hof komt tot de conclusie dat bij deze stand van zaken de gedoogbeschikking dezelfde kracht van (individuele) regelgeving heeft als de vergunning zoals deze was verleend aan de rechtsvoorganger van de verdachte. Het hof wijst er in dit verband op dat -uitdrukkelijk de voorschriften die golden voor [A B.V.] voor [verdachte] van toepassing werden verklaard; dat tegen de beschikking beroep kon worden aangetekend; dat derden een bezwaarschrift bij Gedeputeerde Staten kunnen indienen; dat tenslotte door artikel 10.30, tweede lid onder b [verdachte] werd beschouwd als en (rechts)persoon die -kort samengevat- bevoegd is gevaarlijke stoffen af te geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/68ca9ce047952b721464ba8a825dc17f4fc6cb69d608fcfac6007bd59e7e2746. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 68ca9ce047952b721464ba8a825dc17f4fc6cb69d608fcfac6007bd59e7e2746, en de alinea staat in dat document op bytes 9802 tot 10477.