Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2002
Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8737.
9. Hetzelfde geldt voor de rechtspraak van de bestuursrechter. Deze heeft zich al diverse malen uitgelaten over de verhouding tussen een gedoogbeschikking en een vergunning. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State houdt een gedoogbeschikking in dat gedurende een bepaalde periode onder voorwaarden wordt afgezien van de bevoegdheid om bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen te hanteren. Dat brengt met zich mee dat de bestuursrechter een gedoogbeschikking niet op één lijn stelt met een vergunning(1). Het niet naleven van gedoogvoorwaarden kan volgens de bestuursrechter dan ook niet worden beschouwd als de overtreding van een wettelijk voorschrift, zoals het geval is bij het niet naleven van de aan een vergunning verbonden voorschriften. Daarmee hangt bijvoorbeeld samen dat overtreding van gedoogvoorwaarden niet de grondslag kan vormen voor het toepassen van sancties als het opleggen van een dwangsom.(2) Wel kan het niet naleven van de gedoogvoorwaarden leiden tot bestuursdwang ten aanzien van de achterliggende overtreding: het handelen zonder vergunning.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/68ca9ce047952b721464ba8a825dc17f4fc6cb69d608fcfac6007bd59e7e2746. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 68ca9ce047952b721464ba8a825dc17f4fc6cb69d608fcfac6007bd59e7e2746, en de alinea staat in dat document op bytes 12592 tot 13722.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/68ca9ce047952b721464ba8a825dc17f4fc6cb69d608fcfac6007bd59e7e2746 | shasum -a 256