Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8763.
1.3.De deelnemer dient dus, wil hij er niet bij inschieten, minstens drie anderen direct aan te brengen. Hij komt - afgezien van kosten - boven nul indien hij meer dan drie anderen aanbrengt dan wel indien de twee (of meer) door hem aangebrachten weer anderen aanbrengen. De opbrengst voor de deelnemer wordt dus bepaald door het aantal deelnemers dat hij rechtstreeks aanbrengt en door het aantal deelnemers dat de door hem aangebrachte deelnemers weer aanbrengen. Hoeveel er dat zijn, hangt met name weer af van zijn wervingsinspanningen en overtuigingskracht, maar minstens evenzeer van de samenstelling -met name de gemiddelde onnozelheid - van zijn sociale infrastructuur en van de persoon van de door hem aangebrachte deelnemer en de samenstelling en gemiddelde onnozelheid van diens sociale infrastructuur. De deelnemers worden nl. vooral gerecruteerd in kringen van familie, vrienden en kennissen, al zal de vriendschap mogelijk bekoelen na de deelname aan het spel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3476ac34fb2f13b24c8735b815e9ab98b494c3a124e59f8c66e84869a0ef6d3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3476ac34fb2f13b24c8735b815e9ab98b494c3a124e59f8c66e84869a0ef6d3e, en de alinea staat in dat document op bytes 11330 tot 12318.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3476ac34fb2f13b24c8735b815e9ab98b494c3a124e59f8c66e84869a0ef6d3e | shasum -a 256