Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8763.

2.1. Piramidespelen zoals hierboven omschreven zijn geen kansspel in de zin van de Wet op de kansspelbelasting (Wet Ksb).(6) De eventuele uitkering aan de deelnemers wordt niet slechts door toeval en kans bepaald, maar ook door hun karakter, sociale infrastructuur en overtuigingskracht, op een wijze die ik "overwegend" zou willen noemen in de zin van art. 2 Wet Ksb. Wie f 5.000 inlegt en daarna niets meer doet, is zijn inleg met zekerheid kwijt. Wie een staatslot koopt, kan zijn kansen niet vergroten door inspanningen te verrichten en zijn kansen niet verkleinen door inertie. Wie goed is in het verkopen van hete lucht en veel mensen kent, kan in een piramidespel niet-verwaarloosbare invloed uitoefenen op zijn winstkansen. Dat piramidespelen in de Wet op de kansspelen (Wok) thans aangemerkt worden als een kansspel, doet daar niet aan af. Dat is slechts geschied om vat te krijgen op piramidespelen. Een manier om piramidespelen te verbieden is nl. om hen onder de werking van de WoK te brengen en er geen vergunning voor af te geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3476ac34fb2f13b24c8735b815e9ab98b494c3a124e59f8c66e84869a0ef6d3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3476ac34fb2f13b24c8735b815e9ab98b494c3a124e59f8c66e84869a0ef6d3e, en de alinea staat in dat document op bytes 16841 tot 17899.