Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8763.

3.12. Ik wijs er voorts op dat uit uw recente jurisprudentie blijkt dat u de objectieve verwachtingstoets ook in winstsituaties niet aan de straat heeft gezet. In uw arrest van 6 september 2000, nr 35.318 (niet gepubliceerd) greep u ambtshalve in op grond van juist deze toets. Het betrof iemand die door de inspecteur voor een gering bedrag was aangeslagen voor andere inkomsten uit arbeid (administratieve dienstverlening). De belanghebbende betoogde dat hij een onderneming dreef. Deze stelling had het Hof afgedaan met de constatering dat de activiteiten van belanghebbende voorzienbaar nadelig waren. Als gevolg van de verschillende fiscale behandeling van de bron onderneming en de bron arbeid buiten dienstbetrekking, was bij de kwalificatie "arbeid buiten dienstbetrekking" sprake van een gering voordeel waar bij kwalificatie als onderneming sprake was van verlies. Het Hof achtte het voordeel belast. U greep ambtshalve in omdat u meende dat 's Hofs constatering dat de activiteiten voorzienbaar nadelig waren, ook moest gelden voor de bron (andere) inkomsten uit arbeid hoewel onder die bron wèl sprake was van een positief saldo en volgens (des fiscus' interpretatie van) het Medische-proevenarrest dus geen objectieve verwachtingstoets meer uitgevoerd zou hoeven worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3476ac34fb2f13b24c8735b815e9ab98b494c3a124e59f8c66e84869a0ef6d3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3476ac34fb2f13b24c8735b815e9ab98b494c3a124e59f8c66e84869a0ef6d3e, en de alinea staat in dat document op bytes 34853 tot 36151.