Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002
Alinea 87 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8763.
4.3. Vanuit Van Dijck's perspectief zou kunnen worden gesteld dat bij bovenmatige arbeidsinspanningen de arbeid de verklarende factor is voor de (eventuele) positieve opbrengst. Een inspecteur die positieve opbrengsten wil belasten zal dan moeten stellen en bij betwisting aannemelijk maken dat de belanghebbende bovenmatige arbeidsinspanningen heeft verricht. Slechts wijzen op de opbrengsten of het gebrek daaraan of op het tijdstip van instappen is onvoldoende. Aangezien de betrokkene zelf niet weet of hij relatief vroeg of laat is, is geen sprake van de mogelijkheid van het te gelde maken van een (kennis)voorsprong, nog daargelaten dat ook een vroeginstapper zal moeten parasiteren op zijn omgeving, die niet noodzakelijkerwijze minder bevist of dommer is dan de omgeving van een laterinstapper. Ook het aantal keren dat iemand een heteluchtbijeenkomst bezoekt, zegt niet zoveel. Van iemand die 30 keer een lotto- of kienavond bezoekt, zal ook niet beweerd worden dat hij op die grond een bron van inkomen heeft. Het gaat om de inleg en de overtuigingsactiviteiten, het zendingswerk, en om de vraag of die het voordeel of nadeel verklaren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3476ac34fb2f13b24c8735b815e9ab98b494c3a124e59f8c66e84869a0ef6d3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3476ac34fb2f13b24c8735b815e9ab98b494c3a124e59f8c66e84869a0ef6d3e, en de alinea staat in dat document op bytes 42558 tot 43718.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3476ac34fb2f13b24c8735b815e9ab98b494c3a124e59f8c66e84869a0ef6d3e | shasum -a 256