Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 september 2002

Alinea 106 Parket bij de Hoge Raad 27 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8780.

4.3. Bij de beoordeling van deze klacht is mijns inziens van belang dat omtrent de aard van de bijvullingsformulieren, alsmede omtrent de frequentie van het gebruik daarvan in de coffeeshop van belanghebbende en zijn zoon, door partijen maar weinig concrete informatie aan het Hof is verschaft. In het bijzonder kan uit de gedingstukken niet worden opgemaakt welke gegevens de bijvullingsformulieren bevatten, noch hoeveel bijvullingsformulieren in het onderhavige jaar zijn opgemaakt en niet bewaard. Daarom is onzeker in hoeverre de stelling van de Staatssecretaris dat de bijvullingsformulieren kunnen dienen voor de controle door de Belastingdienst op door belanghebbende verantwoorde omzet en winst, werkelijk opgaat. Anders gezegd: de hier bedoelde stelling ontbeert voldoende feitelijke grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d6ac0eb2999d43aae81a1b720f447caa94821ddef4f85543c35799eb33f082b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d6ac0eb2999d43aae81a1b720f447caa94821ddef4f85543c35799eb33f082b9, en de alinea staat in dat document op bytes 31512 tot 32330.